Parknieuws

Portret van bewoners – Fréderique en Tinka

Hoe ben je op de Molenpolder terecht gekomen en wat bevalt je aan het wonen op het park?

Dertig jaar geleden kwam ik via de kinderen van Tinka op het park te wonen. Haar dochter, die op het sla tuinpad woonde, wist dat er een plek vrijkwam. Tom de Graaf had op dat moment drie huisjes in de verkoop. Het huis in de hoek, waar momenteel Andre woont, was voor financieel te doen met het geld dat ik gespaard had.

Na drie jaar kwam het huis vrij waarin ik nog steeds woon. De prijs die Tom in eerste instantie vroeg, was te hoog voor mij. Ik heb flink wat van die prijs af kunnen onderhandelen. Uiteindelijke hoefde ik nog maar een relatief laag bedrag bij de bank hoeven te lenen. Dit had ik binnen een jaar afgelost. Het koopcontract stond op een Amstel bierviltje en ik moest red cederlak gebruiken.

Wat me beviel aan het wonen hier was dat ik meer ruimte had, groter woonde dan in het huis waar ik daarvoor had gewoond. De post kwam in de beginperiode nog in de kantine aan. Daar stond een grote kast met vakken erin, waar de post op alfabet binnenkwam. Mensen haalden dat dan op en maakten een praatje. Het was een gezellige tijd.

Tinka: “Ik wil hier niet weg. Ik heb een prachtig uitzicht. Het enige dat me stoort zijn dezelfde mensen die hier steeds te hard langsrijden”.

Hoe zou jouw droomchalet eruitzien?

Achteraf gezien had ik liever hierachter gewoond of was ik op de plek blijven wonen waar ik eerst woonde. Ik zou graag een chalet willen met een carport en het huisje aan de slootkant. Een rustige plek met zo min mogelijk buren. Ik ben erg op mijn privé gesteld.

Wanneer is jouw eerste duik van het jaar in de plas?

Dat is een grappige vraag, want ik heb niet eens een sleutel van het hek. Ik ben nog nooit met een voet in het water geweest. Wel eens met mijn hand erin. Ik heb op mijn veertigste pas leren zwemmen en voel me niet zo zeker in het water.

Wat doe je graag in jouw dagelijks leven?

Voor mezelf nadenken over het leven. Opeens denk ik wel eens: “Ik word ouder”. Dan denk ik met weemoed terug aan vroeger. Ik mis de begrijpbare mechanica. Ik ben automonteur geweest, maar de huidige auto’s begrijp ik niet meer. De romantiek is eruit. Misschien ook bij de mensen, maar zeker bij de dingen.

Ik ga graag met mijn vouwfietsje de polder in. En met de auto een stukje rijden in de omgeving.

Wat is jouw eigenaardigheid?

Ik rijd graag met de auto naar de begraafplaats Daelwijk toe. Van tevoren koop ik bij de Jumbo twee haringen. Op de begraafplaats ga ik op de parkeerplaats staan of loop ik het kerkhof op. De hond krijgt dan een haring en de andere is voor mezelf. Die eten we dan op. Voor mij is dat een meditatief moment. Ik kan daar enorm genieten van de stilte en zie dat de mensen in zichzelf zijn. Er zijn geen verhalen, er is helemaal niets.