Parknieuws

Portret van bewoner – André

‘Ik droom van een permacultuurtuin’

Een interview met André en dochter Terra, die al heel lang op het park wonen

Door Freek 

Hoe ben je op de Molenpolder terecht gekomen en wat bevalt je aan het wonen op het park?

‘Ik kende het gebied door het zwemmen in de Maarsseveense Plassen uit de jaren dat ik in Utrecht woonde. Ik ben hier echter gekomen vanuit Wijhe (Overijssel). Daar leefde ik met Terra, Mona, 6 andere mensen plus ezels, kippen en konijnen in een vakantieboerderij annex woon-werkgemeenschap. Het was een idealistische setting. Onze inspanningen kwamen vanuit de stelling dat generatiearmoede een schending van mensenrechten is. In 2008 bleek het samenleven met Terra’s moeder en mij niet onder duurzaamheid te vallen. Mona had al snel een plek in Utrecht centrum gevonden. 

Voor een goed co-ouderschap wilde ik op fietsafstand van Terra wonen. Heb via briefjes bij de meeste parken en via internet bij mijn eigen netwerk laten weten dat ik graag in een van de parken wilde wonen. Echter kreeg ik een aanbod om in een oud herenhuis op de Oudegracht in Utrecht te komen wonen. Het was een prachtige woning, maar ik wilde groen en omgevingsruimte en heb nee gezegd.

Eén week voordat ik uit het huis in Wijhe moest, kreeg ik – dankzij een tip van Margreet van het Zwaluwpark – de sleutel van Chalet 21. Na een kleine 2 jaar zijn Terra en ik van daaruit naar chalet 1 verhuisd. Een minder mooie plek, maar met een eigen kamer voor Terra, veel beter onderhouden en goedkoper. Door tegels uit de tuin te halen, is het inmiddels hier ook mooi geworden. Terra woont afwisselend bij mij en Mona. 

Wat me bevalt aan het park is de omgeving, veel natuur, de laagbouw en de relatieve rust. Ik ben blij met de nieuwe aanwas, maar vrees wel dat niet alle nieuwbouw een verbetering zal zijn.’ 

Hoe zou jouw droomchalet eruitzien?

‘Ruimer dan waar we nu wonen. Ik gun Terra van harte een veel grotere kamer. Natuurlijk één met duurzame materialen. Een goed geïsoleerde woning waar energie opgewekt wordt met zonnepanelen en gas overbodig is. Gevoelsmatig belangrijker is een ruime tuin, met zit-, lig- en speelplekjes. Een permacultuurtuin met vruchtenstruiken, vruchtenbomen, wat groenten, bloemen en lekker rommelig zodat insecten, egels en ringslangen maximale leefruimte krijgen.’ 

Noot van de interviewer: toen ik weer thuis was, na het interview, kreeg ik een schuursponsje, gemaakt van koksnootvezels, van André. Composteerbaar en je hebt geen zeep nodig. Alleen water. Voor de geïnteresseerden: het heet een Safix scrub pad. Ik ben er zelf erg tevreden over en het is goed voor het milieu. 

Wanneer is jouw eerste duik van het jaar in de plas?

‘Na een paar warme lentedagen. Misschien deze maand, anders zeker in april. De eerste keer waarschijnlijk héél kort in verband met de kou. De tweede dip iets langer. Ik heb ooit een keer een icemantraining gedaan.’

Wat doe je graag in het dagelijks leven?

‘Dansen, op een vrije manier (de vijf ritmes). Ik luister graag naar muziek. Lezen van romans, maar zeker ook kinder- en natuurboeken. Korte wandelingen maken. Ik hou ervan om buiten te zijn. Mijn werk met baby’s en dreumesen is heerlijk. Tevens doe ik mee aan een afvalvrijescholen project. Daarnaast doe ik veldwerk voor Waternet.

In de Molenpolder ben ik bezig met onderzoek voor rivierkreeftenbeheer. De mens en zijn verlangen om van alles te beheersen is absurd, doch het werk in de natuur is prachtig. De kreeften zijn prachtig, maar hebben een waanzinnig grote impact op de biodiversiteit en daarmee ook de waterkwaliteit.’ 

Wat is jouw eigenaardigheid?

‘Enigszins dwangmatig muziek verzamelen. Vroeger cassettebandjes en vinyl, daarna cd’s. Nu staan er ruim 20.000 bestanden op de harde schijf van mijn computer. Ooit was dat logischer, omdat ik programma’s maakte bij een piraten radiostation. En een tijdje (wereld)muziek draaide bij blote voeten swingfeesten. Ik fantaseer wel eens over muziek draaien op rockabilly avonden. 

“Guilty pleasures” zijn de haringen die ik vol genot aan hun staart naar binnen werk, terwijl ik mij af vraag of je – ethisch gezien – eigenlijk wel dieren mag eten. En clown spelen is wellicht eigenaardig. Al doe ik dat overigens nog weinig. Ik beleef spelen wel als een behoefte. Vanuit ontspanning gekke dingetjes laten ontstaan gebeurt zeker op mijn werk in de kinderopvang.’